Voor patiënten en naasten
Ongeveer 8% van de ouderen (65-plussers) in Nederland hebben een persoonlijkheidsstoornis. Bij ambulant behandelde ouderen in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGz) loopt dit cijfer op tot 33% en bij klinisch opgenomen ouderen in de GGz heeft ongeveer 50% een persoonlijkheidsstoornis.
Meer weten over ouderen met persoonlijkheidsstoornissen
Een persoonlijkheidsstoornis is een chronische aandoening en bestaat uit hardnekkige onaangepaste persoonlijkheidskenmerken, zoals impulsiviteit, stemmingswisselingen, achterdocht, starheid of moeite relaties aan te gaan of te onderhouden. Een persoonlijkheidsstoornis gaat vaak samen met andere psychiatrische aandoeningen zoals bijvoorbeeld depressies, angststoornissen of verslavingsproblematiek. De verschillende typen persoonlijkheidsstoornissen.
Ouder worden gaat gepaard met verlies van maatschappelijke rollen (pensionering), lichamelijke achteruitgang, toename van geheugenklachten en verlies van naasten. Dit vraagt om aanpassing aan en omgang met de nieuwe leefsituatie. Ouderen met een persoonlijkheidsstoornis ervaren deze aanpassing als bijzonder lastig. Zo kan het niet accepteren van of omgaan met verlieservaringen, zoals verlies van geestelijke of lichamelijke gezondheid of naasten leiden tot angst-, stemmings-, of verslavingsproblematiek.
Er zijn verschillende typen persoonlijkheidsstoornissen. In de GGz wordt gewerkt met het classificatiesysteem DSM-5. In dit classificatiesysteem zijn psychiatrische ziekten gerangschikt en iedere ziekte is verder uiteengezet in bijbehorende kenmerken.
De DSM-5 gaat uit van tien verschillende persoonlijkheidsstoornissen, verdeeld in drie clusters (A,B,C) en een restcategorie.
- Cluster A wordt gekenmerkt door eigenzinnig, achterdochtig en solistisch gedrag en bestaat uit de paranoïde, schizoïde en schizotypische persoonlijkheidsstoornissen.
- In cluster B staat trots, impulsief, manipulatief en egocentrisch gedrag centraal. We zien de antisociale, borderline, narcistische en histrionische persoonlijkheidsstoornis in dit cluster.
- Het cluster C wordt gekenmerkt door angstig, ontwijkend en/of dwangmatig gedrag en bestaat uit de vermijdende, afhankelijke en dwangmatige persoonlijkheidsstoornis.
De restcategoriegroep is de persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening. Iemands karakter veranderd door een lichamelijke ziekte, zoals een beroerte of hersentumor. Het kan gebeuren dat iemand agressiever, impulsiever of passiever is geworden sinds de aandoening.
Diagnostiek van persoonlijkheidsstoornissen in de ouderenpsychiatrie is niet eenvoudig. Meerdere gegevens uit verschillende informatiebronnen zijn nodig om tot een goede diagnose te komen. Gedragsobservatie, een inventarisatie van aard en ernst van de actuele psychische klachten en het uitvoerig in kaart brengen van de levensloop van de patiënt zijn hiervoor nodig. Deze informatie wordt zowel bij patiënt als bij informanten (partner, kinderen, broers, zussen) verzameld. Informatie over eerdere behandelingen kan ook zeer bruikbaar zijn. Wel is het bij ouderen vaak moeilijk om informatie uit de kinder- en adolescententijd te achterhalen of te verifiëren.
Persoonlijkheidsvragenlijsten-, interviews en meetinstrumenten worden ook gebruikt bij de diagnostiek. Op dit moment zijn slechts twee meetinstrumenten specifiek ontwikkeld voor ouderen. Dit is de Gerontologische Persoonlijkheidsstoornissen Schaal (GPS; van Alphen & Engelen, 2018) – een kort screeningsinstrument – en de Hetero-Anamnestische Persoonlijkheidsvragenlijst (HAP) (Barendse & Thissen, 2013), een instrument te gebruikten bij informanten van patiënt. Tenslotte is een belangrijk aangrijpingspunt in de behandeling een sterkte-zwakteanalyse van de oudere als persoon te maken. Dit is onder meer noodzakelijk om een inschatting te kunnen maken welke behandeling is aangewezen.
Lange tijd dacht men dat ouderen niet in staat waren om te kunnen veranderen. Recent tonen de eerste studies aan dat ook ouderen met persoonlijkheidsstoornissen kunnen profiteren van psychotherapie. Dat geldt overigens niet voor iedere oudere. In sommige gevallen is de behandeling juist gericht op de omgeving, zoals partner of kinderen beter te leren omgaan met het gedrag van de oudere met een persoonlijkheidsstoornis; symptomen van een persoonlijkheidsstoornissen kunnen zo verminderen. We noemen deze interventie ‘mediatietherapie’. Ook kan farmacotherapie leiden tot symptoomvermindering.
Behandeling
Er zijn drie soorten van behandeling: psychotherapeutische behandeling, mediatietherapie en farmacotherapie.
Bij de psychotherapeutische behandeling maakt men onderscheid tussen persoonlijkheidsveranderende, adaptatiebevorderende en steunend-structurerende behandelvormen.
- Persoonlijkheidsveranderende behandeling richt zich op de ongezonde persoonlijkheidstrekken. Men gaat de confrontatie hiermee aan waardoor verandering ontstaat. De behandeling is langdurig en intensief en patiënten moeten beschikken over een goede motivatie, voldoende discipline, doorzettingsvermogen en een redelijk mate van zelfreflectie. Tegelijkertijd moeten ze ook om kunnen gaan met de ontregelende effecten die tijdens behandeling kunnen optreden. Voorbeelden zijn individuele schematherapie, groepschematherapie, dialectische gedragstherapie en Vaardigheidstraining emotieregulatiestoornis (VERS).
- De adaptatiegerichte behandeling richt zich op het ‘adapteren’ of ofwel aanpassen aan levensfasespecifieke problemen, zoals verlies van werk, gezondheid, naasten of autonomie. Deze psychotherapeutische vormen behandeling zijn minder intensief en minder langdurend dan de persoonlijkheidsveranderende behandelingen. De patiënt moet bereidt zijn tot gedragsverandering en er moet een duidelijke relatie zijn tussen ervaren problemen in de derde en vierde levensfase en persoonlijkheidsproblematiek. Voorbeelden zijn cognitieve gedragstherapie, EMDR, interpersoonlijke psychotherapie en systeemtherapie.
- De steunend-structurerende behandeling legt ook de focus op stabilisatie in de thuissituatie en interpersoonlijk functioneren. Voorbeelden zijn gedragstherapie, psychoeducatie, opstarten dagbesteding en het bieden van structuur, ritme en regelmaat. Gesprekken kunnen helpen om ‘stabieler’ te worden. Echter ook een goede dagstructuur en gezonde leefgewoonten zijn belangrijk om psychisch gezond te zijn en te blijven. Je verkleint door een gezonde en evenwichtige levensstijl het risico om uit balans te komen door tegenslagen en/of problemen die gekenmerkt worden door je specifieke persoonlijkheid.
Bij mediatietherapie wordt gedacht aan indirecte interventies via naasten wanneer ouderen geen hulp wensen of psychologische behandeling niet haalbaar is door (ernstige) cognitieve of lichamelijke beperkingen. Vanuit de TOPggz Persoonlijkheidsstoornissen worden binnen Mondriaan op de gesloten afdeling C1 ‘Rode Beek’ patiënten behandeld met een combinatie van cognitieve stoornissen, ernstige gedragsproblemen en een ernstige persoonlijkheidsstoornis. Met behulp van het CoMBI-model wordt het gedrag van de patiënt intensief gemonitord, geobserveerd en de familie meer betrokken. Het ABC-plan wordt door de professionals gehanteerd waarbij Acties (A: welk probleemgedrag laat de patiënt zien), Bewegers (B: waar komt dit gedrag uit voort of wat is de kernbehoefte) en Consequenties (C: hoe gaan we hiermee om?) duidelijk worden. De professionals zijn minder gericht op het (ver)storend gedrag en meer op de achterliggende behoeften van de individuele patiënt.
Ook kan farmacotherapie, behandeling met medicijnen, worden ingezet, vaak in combinatie met psychotherapeutische behandelvormen of mediatietherapie.
Farmacotherapie wordt ingezet om symptomen, zoals achterdocht, instabiliteit of impulsiviteit te verminderen maar de behandeleffecten op symptoomniveau zijn veelal bescheiden en zorgen nooit voor een wezenlijke verandering van de persoonlijkheidsstoornis. In de behandeling gaat ook de aandacht uit naar polyfarmacie. Ouderen krijgen vaak van verschillende specialisten medicatie, psychiater maar ook de cardioloog, uroloog, etc. Deze medicatie kunnen een wisselwerking hebben op elkaar waardoor men meer last kan krijgen van allerlei klachten. Tevens nemen ouderen soms al jarenlang dezelfde medicatie zonder dat deze recent geëvalueerd is met de specialist. In de behandeling bij Mondriaan wordt alle medicatie die u neemt bekeken en gaat men na of deze nog nodig zijn, eventueel gewijzigd moeten worden of dat u gewoon kunt doorgaan met de medicatie.
Bronnen
Barendse, H. P. J., Thissen, A. J. C., Rossi, G., Oei, T. I., & van Alphen, S. P. J. (2013). De psychometrische eigenschappen van de hetero-anamnestische persoonlijkheidsvragenlijst (HAP) bij ouderen in de ggz en het verpleeghuis. GZ-Psychologie, 5(8), 17-25.
Engelen, G.J.J.A. & van Alphen, S.P.J. (2016). Ouderen met karakter. Antwerpen-Apeldoorn: Garant – Uitgevers.
Van Alphen, S.P.J. & Engelen, G.J.J.A. (2018). Handleiding bij de Gerontologische Persoonlijkheidsstoonissen Schaal (GPS). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Van Alphen, S.P.J., Oude Voshaar, R.C., Bouckaert, F., & Videler, A.C., (Red). (2018). Handboek persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen. Utrecht: De Tijdstroom Uitgeverij.
De Denktank
Wij vinden het heel belangrijk dat patiënten meedenken en deelnemen binnen de kaders van wetenschap, innovatie en onderwijs. Daarom betrekken we sinds mei 2018 patiënten in de Denktank die zich buigen over vraagstukken over de zorg, onderzoek, innovaties en onderwijs binnen het Topklinisch centrum voor ouderen met persoonlijkheidsstoornissen.
De Denktank bestaat uit patiënten uit het programma Persoonlijkheidsstoornissen die hun mening geven over innovatieve behandelingen, wetenschappelijk onderzoek en onderwijs binnen het Topklinisch centrum. Het participeren van patiënten in onderzoek en/of innovatie vergroot de relevantie van het onderzoek en de kans van slagen in de praktijk. De Denktank kan in iedere fase van het onderzoek en/of de innovatie betrokken worden.
Reeds gerealiseerde activiteiten van de Denktank:
- Wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van Eye Movement Desensitisation.
- Reprocessing (EMDR) als behandeling van ouderen met een Posttraumatische stressstoornis.
- Wetenschappelijk onderzoek naar de Severity Indices of Personality Problems-Short Form (SIPP-SF): onderzoek naar de bruikbaarheid van een vragenlijst voor het meten van de ernst van persoonlijkheidsproblematiek bij ouderen.
- Wetenschappelijk onderzoek Vaardigheidstraining Emotieregulatiestoornis (VERS) bij Ouderen: onderzoek naar de toepasbaarheid van VERS bij ouderen. De Denktank is betrokken bij het starten en onderzoeksvoorstel.
- Onderzoek richtlijnen persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen in de breedste zin van het woord.
- Wetenschappelijk onderzoek naar medicatiegebruik bij ouderen met persoonlijkheidsstoornissen vergeleken met volwassenen: Verwachting is dat er verschillen zijn tussen ouderen en volwassenen m.b.t. medicatiegebruik. Er wordt tevens ook naar de bijwerkingen van de medicatie gekeken.
- Participatie aan onderwijs door opname videomateriaal van hun eigen persoonlijk verhaal.
Contact
Het Topklinisch centrum bereik je via telefoonnummer 088 - 506 6363. We werken vanuit de Wijerode-kliniek in Heerlen.
Let op: alleen verwijzers (huisartsen, medisch specialisten of een andere instelling voor geestelijke gezondheidszorg) kunnen een patiënt aanmelden voor behandeling bij Mondriaan.
Terug naar de pagina Topklinisch centrum voor ouderen met persoonlijkheidsstoornissen