‘We hebben aan een half woord genoeg’
Op boerderij De Grubbe, de arbeidsmatige dagbesteding van Mondriaan op Vijverdal in Maastricht, draait het om rust, structuur en verbinding. Tussen de dieren en het groen werken cliënten aan hun herstel of het behoud daarvan. Agogisch medewerker Esther Haenen (55) en vrijwilliger Peter Aarts (67) laten zien hoe belangrijk samenwerking daarin is. Al 23 jaar trekken zij samen op.
Zonder vrijwilligers zoals Peter zouden we het hier niet redden.
In het voorjaar van 2003 maakte Peter voor het eerst kennis met boerderij De Grubbe. Zijn vader was net opgenomen in Grubbeveld, het nabijgelegen zorgcentrum voor mensen met dementie. “Door het raam zag ik een Belgisch trekpaard in de wei staan. Een kolossaal en prachtig dier. Nieuwsgierig geworden, besloot ik een kijkje te nemen op de boerderij. De toenmalige beheerder vertelde dat hij wel een vrijwilliger kon gebruiken. Dat was precies wat ik nodig had. Ik zat thuis in de ziektewet en had niets om handen.”
Enkele maanden later maakte Peter kennis met Esther Haenen, die als agogisch medewerker haar opwachting maakte op de boerderij. Inmiddels werken ze al meer dan twee decennia samen. “Het contact met cliënten vond ik in het begin behoorlijk spannend”, herinnert Peter zich. “Welke figuren zou ik allemaal tegenkomen? Esther heeft me als begeleider onder de arm genomen en wegwijs gemaakt.”
Onmisbare schakel
Wekelijks komen er op De Grubbe zo’n veertig cliënten, verdeeld over tien dagdelen. Jong en oud, ieder met hun eigen verhaal, maar verbonden door de liefde voor dieren en natuur. “Ze vinden hier rust en structuur en kunnen hun emoties kwijt in de omgang met de dieren”, legt Esther uit. “Tegelijkertijd vergroten ze hun sociale kring. Zo werkt iedereen op z’n eigen manier aan zijn herstel.”
De vrijwilligers van De Grubbe vormen hierin een onmisbare schakel. Lily is het creatieve brein in de keuken en kantine, Petra steekt buiten de handen uit de mouwen. In de weekenden helpen vrijwilligers Vivien, Nicole en July mee bij het voeren van de dieren. Peter werkt er nu drie ochtenden per week en doet bijna alle voorkomende werkzaamheden. Hij voert en verzorgt de pony en ezel, vult de waterbakken, onderhoudt de moestuin, haalt medicijnen bij de dierenarts of gaat naar het tuincentrum om planten te halen. “Vrijwilligers zoals Peter zijn onmisbaar”, benadrukt Esther. “Doordat zij voor de dieren zorgen en veel praktische taken uit handen nemen, kunnen wij ons focussen op de zorg en begeleiding van onze cliënten.”
Vertrouwd gezicht
Veel cliënten vinden het heerlijk om met dieren bezig te zijn. Esther brengt hen in contact met Peter. “Bij nieuwe cliënten geef ik hem vaak een korte instructie mee: zaken om even op te letten, wat voor iemand wel of juist niet werkt. In de loop der jaren is de doelgroep van De Grubbe veranderd: de problemen van cliënten zijn veel complexer geworden. Dat vraagt om een andere begeleiding, waarin we Peter hebben meegenomen. Dat gaat heel natuurlijk. Ik heb hem echt zien groeien. Peter weet precies hoe hij met cliënten moet omgaan, denkt mee en is een vertrouwd gezicht voor iedereen.”
.In het contact met cliënten kiest Peter bewust voor een luchtige benadering. “Ik probeer het ontspannen te houden. We lachen veel en gaan op in het moment. Ik hoef niet te weten wat een cliënt mankeert; ik ben benieuwd naar wat iemand leuk vindt en probeer daarbij aan te sluiten. In het begin zijn mensen soms nerveus en terughoudend. Dan zeg ik: ‘Kom maar, dat kun jij. We doen het gewoon samen.’”
‘Als het loopt, loopt het’
Met een vraag of probleem kan hij te allen tijde bij agogisch medewerkers Esther, Lisette of Andrea terecht. “Samen bekijken we hoe we het kunnen oplossen. Wat voor een cliënt wel of niet werkt.” Esther knikt instemmend: “Na al die jaren is onze samenwerking vanzelfsprekend geworden. Wij voeren geen moeilijke gesprekken. Als het loopt, loopt het.”
Ook na 23 jaar geniet Peter nog met volle teugen van zijn werk op de boerderij, zeker nu zijn thuissituatie intensief is. “Mijn moeder is bijna 95 en heeft Alzheimer. Als zij ’s ochtends naar de dagopvang gaat, ga ik naar de boerderij. Even de zinnen verzetten, mijn hoofd leegmaken. Dat maakt het ook voor mij een waardevolle dagbesteding.”