Esther Peters: ‘Laat mij maar bouwen’
Op 1 juni is Esther Peters gestart als lid van de raad van bestuur van Mondriaan. In deze rol is zij verantwoordelijk voor de portefeuille Bedrijfsvoering. Esther is afkomstig van het MUMC+, waar zij de functie van directeur Integraal Capaciteits Management bekleedde. In dit interview vertelt Esther meer over zichzelf, wat haar drijft en waar zij naar uitkijkt in haar nieuwe functie. “Ik vind het belangrijk dat mensen plezier hebben in hun werk.”
Kun je kort iets over jezelf vertellen?
“Mijn naam is Esther Peters. Ik ben 47 jaar, getrouwd met Patrick en moeder van twee kinderen: een zoon van vijftien en een dochter van veertien. We wonen in Sittard.
Mijn loopbaan begon in de accountancy. Ik ben afgestudeerd als registeraccountant en heb bijna tien jaar bij KPMG gewerkt. Daarna heb ik bewust de overstap gemaakt naar de zorg. Eerst bij het toenmalige Orbis Medisch Centrum, een van de voorlopers van Zuyderland, waar ik zes jaar heb gewerkt als manager Business Control. In oktober 2018 ben ik gestart bij het MUMC+. Daar heb ik als directeur een nieuwe afdeling opgezet: Integraal Capaciteits Management.
In mijn vrije tijd ben ik graag in de tuin bezig en zijn we tevens veel onderweg met de kinderen, omdat ze allebei fanatiek tennissen. Daarnaast genieten we enorm van samen reizen, zowel binnen Europa als verder weg.”
Wat voor type bestuurder ben je?
“Ik ben echt een mensenmens. Ik vind het belangrijk dat mensen goed in hun vel zitten, plezier hebben in hun werk en daarin tot hun recht komen.
Mensen in hun kracht zetten vind ik het mooiste wat er is. Als iemand met trots een presentatie staat te geven, dan geniet ik daar echt van. Ik geef mijn teamleden veel vrijheid binnen hun verantwoordelijkheden. Tegelijkertijd spreek ik hen erop aan als ze hun verantwoordelijkheid niet nemen.
Mijn deur staat altijd open, tenzij ik in een overleg zit natuurlijk. Iedereen kan binnenlopen om even te sparren of advies te vragen. Ik vind het belangrijk om toegankelijk te zijn.”
Wat spreekt je aan in Mondriaan?
“Vooral de maatschappelijke rol die Mondriaan vervult. Die rol wordt steeds belangrijker. Als je kijkt naar wat er speelt in de wereld en in onze samenleving, dan zie je veel onrust. Juist dan zijn organisaties als Mondriaan hard nodig om mensen stabiliteit te bieden. De druk op de ggz is enorm, dus er moeten zaken veranderen. Ik voel sterk de motivatie om daar mijn steentje aan bij te dragen.”
Hoe wil je daaraan bijdragen?
“Een belangrijk speerpunt voor mij is het terugdringen van de wachtlijsten. Daar heb ik ervaring mee vanuit mijn werk bij het MUMC+. Ik werkte daar nog maar net toen de COVID‑pandemie uitbrak. De druk op de ziekenhuiszorg was enorm en de wachtlijsten liepen snel op. Mensen moesten soms wel twee jaar wachten op een operatie.
Met mijn teams hebben we het voor elkaar gekregen om die wachtlijsten binnen iets meer dan een jaar terug te brengen naar aanvaardbare niveaus. Daar ben ik ontzettend trots op. In de ggz is het minstens zo belangrijk dat mensen tijdig hulp krijgen, dus daar wil ik mij sterk voor maken.
Tegelijkertijd wil ik niet als buitenstaander binnenkomen die meteen zegt: ‘Zo gaan we het doen.’
Ik geef mezelf bewust de eerste maanden de tijd om te begrijpen hoe de organisatie werkt en waarom dingen gaan zoals ze gaan. Alleen dan kun je het goede gesprek voeren en gezamenlijk stappen zetten.
Samenwerking is daarbij cruciaal. Tijdens COVID zagen we in de ziekenhuiszorg dat concurrentie geen optie meer was. We móésten samenwerken om patiënten te kunnen helpen. Dat heeft geleid tot veel hechtere regionale samenwerking en die lijn moeten we vasthouden. Zeker met het oog op de personeelstekorten die eraan komen, moeten we de zorg veel meer samen organiseren.”
Waar kijk je het meest naar uit?
“Naar mijn nieuwe collega’s. Natuurlijk had ik bij het MUMC+ fijne collega’s, maar ik kijk ernaar uit om weer nieuwe mensen te leren kennen en samen iets op te bouwen. Dat past echt bij mij. Laat mij maar bouwen.
Een nieuw avontuur is altijd een beetje spannend, maar ik heb er vooral veel zin in.”