Dubbele vergrijzing maakt wetenschappelijk onderzoek bij ouderen met persoonlijkheidsproblemen noodzakelijk
Bas van Alphen is als bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel, hoogleraar aan Maastricht University en GZ psycholoog betrokken bij de onderzoekslijn klinische ouderenpsychologie. Hierin werkt hij aan meer evidence based interventies, vooral als het gaat om diagnostiek en behandeling van ouderen met persoonlijkheidsstoornissen, (complex-) psychotrauma of autisme spectrumstoornissen (ASS).
“Het gevestigde beeld dat behandeling bij ouderen met psychische problemen geen zin heeft is een fabel. Wetenschappelijke studies tonen aan dat psychotherapie bij ouderen wel degelijk succesvol is en leidt tot een verbetering van onder meer de levenskwaliteit.”
Bas ziet dit pessimisme ten aanzien van het behandelen van ouderen met psychische problemen als een erfenis van Freud, de grondlegger van de psychoanalyse. “Hij meende dat psychotherapie bij mensen ouder dan veertig jaar geen zin heeft. We tonen nu met gedegen wetenschappelijk onderzoek aan dat dit klinkklare onzin is. We moeten echter ook serieus verder met deze doelgroep, alleen al vanwege de dubbele vergrijzing. Het aandeel mensen van 65 jaar en ouder neemt toe van 20% in 2020 tot 26% in 2040 waarbij tevens de levensverwachting verder stijgt van 81,5 jaar in 2015 naar bijna 86 jaar in 2040.”
Praktijkgericht onderzoek
De hoogste tijd dus om praktijkgericht, wetenschappelijk onderzoek te doen naar deze doelgroep, waarvan nog weinig bekend is. “Wetenschappelijk onderzoek richt zich met name op de leeftijdsfase van 18 tot 65 jaar. Ouderen vallen hierbuiten vanwege de gestelde exclusiecriteria, dat wil zeggen dat ze niet zijn opgenomen in onderzoekstudies. De reden hiervoor is dat bij ouderen vaak sprake is van co-morbiditeit ofwel de aanwezigheid van een of meer leeftijdsgebonden aandoeningen. Denk daarbij aan artrose, vergeetachtigheid of beperkingen in de zintuigelijke functies. Ook worden ouderen vaak uitgesloten als ze diverse geneesmiddelen gelijktijdig gebruiken (polyfarmacie).” Die leemte wordt gevuld door de onderzoekslijn klinische ouderenpsychologie, gericht op evidence-based diagnostische en therapeutische interventies voor ouderen in de GGz. “Onze aandacht is juist gericht op de hoogcomplexe groep ouderen met zeer ernstige psychische problemen en co-morbiditeit.”
Belangrijk is dat praktijkgericht wordt gewerkt, dus het vertalen van wetenschappelijke onderzoeksresultaten naar de praktijk en het vertalen van praktijkproblemen in wetenschappelijke onderzoeksvragen. “Het topklinisch centrum voor ouderen met persoonlijkheidsstoornissen, leent zich bij uitstek hiervoor. Binnen dit centrum worden innovatieve diagnostische methoden en behandelingen ontwikkeld en geëvalueerd. Ook zorgen we voor kennisverspreiding in de regio en ver daarbuiten. We betrekken onze eigen patiënten actief bij de (on)zin van wetenschappelijk onderzoek in de zogenaamde Wetenschappelijke patiëntendenktank.”
Complexe puzzel
Binnen genoemd topklinisch centrum werken naast Bas meerdere promovendi, GIOS-en (=GZ-psycholoog in opleiding tot specialist) en masterstudenten mee aan het onderzoek. Daarnaast wordt samengewerkt met meerdere universiteiten uit Nederland en België, maar ook met andere Nederlandse topklinische centra. Als GZ-psycholoog en hoofd van het topklinisch centrum ziet Bas regelmatig patiënten. “Ik wíl ze ook zien. Zij zijn mijn voedingsbodem. Wetenschappelijk denken kan leiden tot abstraheringen en daarmee soms tot een vereenvoudiging van dagelijkse praktijk. Het patiëntencontact zet me dan weer even met beide voeten op de grond. De praktijk doet je weer beseffen hoe complex deze materie is.”
Dat complexe, die diagnostische puzzel, dat is wat Bas fascineert aan werken met ouderen. “Ik denk dat mijn oma, zij werd 96 jaar oud, de trigger was. Haar bijzondere levensloop en het effect van het verouderingsproces op haar persoonlijkheid fascineerde mij al vroeg. Haar gedrag was onderwerp van het allereerste artikel dat ik schreef.” Bas maakte 30 jaar geleden bewust de keuze richting de studierichting ouderenpsychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. “Ik zie het als een uitdaging om hun wijsheid, levenservaring en relativeringsvermogen als voordeel te kunnen benutten in de behandeling. Zij hebben al een heel leven achter de rug en kampen met de gevolgen van veroudering. “Binnen ons topklinische centrum krijgen we met regelmaat van onze patiënten terug: had ik deze therapie maar eerder kunnen volgen.”