Begrip van processen in het brein helpt bij behandeling van verstoorde emoties
Koen Schruers is als hoogleraar en psychiater betrokken bij de onderzoekslijn Mechanismen van affectieve stoornissen, die hoopt op basis van evidence based interventies de behandeling van volwassenen met angst, dwang en trauma te kunnen optimaliseren. “Als we beter gaan begrijpen hoe het brein werkt, kunnen we dit soort stoornissen misschien beter oplossen.”
Het onderzoek is dus erop gericht die affectieve stoornissen, ofwel verstoorde emoties, te doorgronden. “Iemand met een paniekaanval is bijvoorbeeld bang voor iets dat van binnen zit, waardoor acute lichamelijke klachten ontstaan met daarbij horende, overheersende gedachten van angst. De paniek uit zich in plotse ademnood, hartkloppingen of bijvoorbeeld duizeligheid. Mensen doen allerlei dingen om die klachten te beheersen. We weten dat alcohol drinken een paniekaanval dempt, maar dat is uiteraard geen goed idee. In de therapie maken we gebruik van exposure. Dat betekent dat we paniekklachten opwekken en de patiënt laten ervaren dat die vanzelf weer overgaan, zonder dat zaken als flauw vallen of de controle verliezen ook daadwerkelijk gebeuren. Als psychologische behandelingen onvoldoende helpen kan ook medicatie worden ingezet. Serotonine heropnameremmers blijken bijzonder effectief in dit verband.
Hersenstimulatie
Ook bij de behandeling van dwangklachten, ook wel obsessieve compulsieve stoornis genoemd, maken we gebruik van exposure therapie. Op dit moment zijn we aan het onderzoeken of we het effect van exposure kunnen versterken met hersenstimulatie. We maken daarvoor gebruik van transcraniële magnetische stimulatie (TMS), een vorm van niet-invasieve hersenstimulatie. Deze grote studie zal enkele jaren in beslag nemen. Als de resultaten positief zijn, kan neurostimulatie een onderdeel worden van het behandelaanbod voor dwang, naast psychologische therapie en medicatie.
Als alle traditionele behandelopties uitgeput zijn en patiënten nog steeds ernstige dwangklachten ervaren, bestaat nog de mogelijkheid van diepe hersenstimulatie. In dat geval worden, via een operatie, twee elektroden diep in de hersenen geplaatst. Via een batterij die onder de huid wordt aangebracht, wordt continu een kleine elektrische stroom geleverd. Op deze manier worden overactieve hersencircuits minder actief gemaakt. Niet iedereen herstelt volledig door deze ingreep, maar bij een meerderheid van de patiënten verbetert de levenskwaliteit aanzienlijk. Angsten of dwang zijn na behandeling dermate onder controle dat ermee te leven valt. “Af en toe maak je echt een bijzonder succesverhaal mee. Onlangs sprak ik een patiënt die zijn leven weer dermate goed op de rit heeft dat hij een vriendin heeft gevonden en zelfs gaat trouwen. De dwangklachten van deze intelligente jongeman bestonden al jaren en namen zijn hele dag in beslag. Ze waren uiteindelijk zo erg dat hij niet meer buiten kwam. Hij hield zijn gordijnen overdag gesloten en verwaarloosde zichzelf, terwijl hij altijd een uitgaanstype was en voetbal speelde in zijn vrije tijd. Deep brain stimulation was een laatste redmiddel, nadat alle andere behandelingen niet voldoende effectief bleken. Die succesverhalen maken dat we blijven zoeken naar nieuwe mogelijkheden voor behandeling.”
Verbetering levenskwaliteit
De onderzoekslijn houdt zich bezig met een veelvoud van studies. Naast Koen zijn nog een aantal collega's vanuit de Universiteit Maastricht betrokken en natuurlijk het behandelteam van het Academisch Angstcentrum. “Als hoogleraar ben ik het boegbeeld van de groep, maar we doen het samen. Door deze brede samenwerking kunnen wij goed onderzoek doen. Het feit dat ik naast ons onderzoek ook patiënten zie maakt mijn werk uniek en relevant.” Koen is van nature nieuwsgierig en leergierig: “Ik wil zaken kunnen doorgronden, volledig snappen hoe iets werkt.” Het feit dat patiënten hun vertrouwen durven geven, maakt het werk de moeite waard: “Juist daardoor kunnen we het verschil maken en dat is zo waardevol. Het maakt mij ook enorm trots dat ik mag werken met collega's die de meest ernstige klachten durven aanpakken. Zij kijken vooral naar wat zij kunnen toevoegen aan de levenskwaliteit van een ander. Ze kijken in de eerste plaats naar wat wel mogelijk is. Daar heb ik bewondering voor.”