Behandeling

Er zijn drie soorten van behandeling: psychotherapeutische behandeling, mediatietherapie en farmacotherapie.

Psychotherapeutische behandeling

Bij de psychotherapeutische behandeling maakt men onderscheid tussen persoonlijkheidsveranderende, adaptatiebevorderende en steunend-structurerende behandelvormen.

  1. Persoonlijkheidsveranderende behandeling richt zich op de ongezonde persoonlijkheidstrekken. Men gaat de confrontatie hiermee aan waardoor verandering ontstaat. De behandeling is langdurig en intensief en patiënten moeten beschikken over een goede motivatie, voldoende discipline, doorzettingsvermogen en een redelijk mate van zelfreflectie. Tegelijkertijd moeten ze ook om kunnen gaan met de ontregelende effecten die tijdens behandeling kunnen optreden. Voorbeelden zijn individuele schematherapie, groepschematherapie, dialectische gedragstherapie en Vaardigheidstraining emotieregulatiestoornis (VERS).
  2. De adaptatiegerichte behandeling richt zich op het ‘adapteren’ of ofwel aanpassen aan levensfasespecifieke problemen, zoals verlies van werk, gezondheid, naasten of autonomie. Deze psychotherapeutische vormen behandeling zijn minder intensief en minder langdurend dan de persoonlijkheidsveranderende behandelingen. De patiënt moet bereidt zijn tot gedragsverandering en er moet een duidelijke relatie zijn tussen ervaren problemen in de derde en vierde levensfase en persoonlijkheidsproblematiek. Voorbeelden zijn cognitieve gedragstherapie, EMDR, interpersoonlijke psychotherapie en systeemtherapie.
  3. De steunend-structurerende behandeling legt ook de focus op stabilisatie in de thuissituatie en interpersoonlijk functioneren. Voorbeelden zijn gedragstherapie, psychoeducatie, opstarten dagbesteding en het bieden van structuur, ritme en regelmaat. Gesprekken kunnen helpen om ‘stabieler’ te worden. Echter ook een goede dagstructuur en gezonde leefgewoonten zijn belangrijk om psychisch gezond te zijn en te blijven. Je verkleint door een gezonde en evenwichtige levensstijl het risico om uit balans te komen door tegenslagen en/of problemen die gekenmerkt worden door je specifieke persoonlijkheid.

Mediatietherapie

Bij mediatietherapie wordt gedacht aan indirecte interventies via naasten wanneer ouderen geen hulp wensen of psychologische behandeling niet haalbaar is door (ernstige) cognitieve of lichamelijke beperkingen. Vanuit de TOPggz Persoonlijkheidstoornissen worden binnen Mondriaan op de gesloten afdeling C1 ‘Rode Beek’ patiënten behandeld met een combinatie van cognitieve stoornissen, ernstige gedragsproblemen en een ernstige persoonlijkheidsstoornis. Met behulp van het CoMBI-model wordt het gedrag van de patiënt intensief gemonitord, geobserveerd en de familie meer betrokken. Het ABC-plan wordt door de professionals gehanteerd waarbij Acties (A: welk probleemgedrag laat de patiënt zien), Bewegers (B: waar komt dit gedrag uit voort of wat is de kernbehoefte) en Consequenties (C: hoe gaan we hiermee om?) duidelijk worden. De professionals zijn minder gericht op het (ver)storend gedrag en meer op de achterliggende behoeften van de individuele patiënt.

Farmacotherapie 

Ook kan farmacotherapie, behandeling met medicijnen, worden ingezet, vaak in combinatie met psychotherapeutische behandelvormen of mediatietherapie.

Farmacotherapie wordt ingezet om symptomen, zoals achterdocht, instabiliteit of impulsiviteit te verminderen maar de behandeleffecten op symptoomniveau zijn veelal bescheiden en zorgen nooit voor een wezenlijke verandering van de persoonlijkheidsstoornis. In de behandeling gaat ook de aandacht uit naar polyfarmacie. Ouderen krijgen vaak van verschillende specialisten medicatie, psychiater maar ook de cardioloog, uroloog, etc. Deze medicatie kunnen een wisselwerking hebben op elkaar waardoor men meer last kan krijgen van allerlei klachten. Tevens nemen ouderen soms al jarenlang dezelfde medicatie zonder dat deze recent geëvalueerd is met de specialist. In de behandeling bij Mondriaan wordt alle medicatie die u neemt bekeken en gaat men na of deze nog nodig zijn, eventueel gewijzigd moeten worden of dat u gewoon kunt doorgaan met de medicatie.

Bronnen

Barendse, H. P. J., Thissen, A. J. C., Rossi, G., Oei, T. I., & van Alphen, S. P. J. (2013). De psychometrische eigenschappen van de hetero-anamnestische persoonlijkheidsvragenlijst (HAP) bij ouderen in de ggz en het verpleeghuis. GZ-Psychologie, 5(8), 17-25.

Engelen, G.J.J.A. & van Alphen, S.P.J. (2016). Ouderen met karakter. Antwerpen-Apeldoorn: Garant – Uitgevers.

Van Alphen, S.P.J. & Engelen, G.J.J.A. (2018). Handleiding bij de Gerontologische Persoonlijkheidsstoonissen Schaal (GPS). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Van Alphen, S.P.J., Oude Voshaar, R.C., Bouckaert, F., & Videler, A.C., (Red). (2018). Handboek persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen. Utrecht: De Tijdstroom Uitgeverij.