Interpersoonlijke psychotherapie IPT

Interpersoonlijke psychotherapie (IPT, Mufson) is ontwikkeld voor de behandeling van stemmingsproblematiek (depressies), maar wordt ook bij andere psychische klachten ingezet.

Bij IPT gaat men er van uit dat ingrijpende veranderingen of verstoringen van relaties (interpersoonlijke problemen of life events) tot depressieve klachten kunnen leiden of deze kunnen verergeren. Omgekeerd is het ook zo dat de depressieve klachten van invloed kunnen zijn op een of meer van de belangrijke relaties in uw leven. Kort samengevat streeft IPT ernaar de kwaliteit van de relaties met andere mensen te verbeteren waardoor de depressieve klachten weer kunnen afnemen. Het verbeteren van de relaties met andere mensen staat centraal binnen deze behandeling.

Binnen IPT worden problemen herleid tot de volgende vier probleemgebieden:

  • Rouw: het overlijden van een belangrijke naaste.

  • Interpersoonlijk conflict: conflicten in de huwelijks- of partnerrelatie, tussen ouders en kinderen of met andere personen (bijvoorbeeld op uw werk). Dit kunnen openlijke ruzies maar ook onuitgesproken verwijten zijn.

  • Rolverandering: moeite met het aangaan van nieuwe of veranderde sociale rollen, bijvoorbeeld na een scheiding of in een nieuwe baan.

  • Interpersoonlijk tekort: moeite hebben om betekenisvolle relaties te onderhouden.

De therapie is geprotocolleerd en omvat 12 individuele sessies waarbij gebruik gemaakt wordt van counseling technieken maar ook oefeningen zoals rollenspel.

Bij IPT onderzoekt u samen met de behandelaar welke veranderingen in belangrijke relaties een rol hebben gespeeld in het ontstaan van uw depressieve klachten. De behandelaar maakt met u een keuze voor één van de vier probleemgebieden en dat wordt de focus van behandeling. De veronderstelling is dat als er verbetering optreedt binnen een probleemgebied er ook verbetering op andere gebieden plaatsvindt.

In de therapie leert u effectieve strategieën te hanteren om beter te communiceren. Ook leert u om uw gevoelens uit te drukken en interpersoonlijke problemen aan te pakken waardoor de depressieve stemming vermindert. Tevens wordt aandacht besteed aan de manier waarop u eventueel nieuwe depressieve episoden kunt herkennen en welke actie u dan kunt ondernemen.