Persoonlijk verhaal

Jacques Vriens

Kinderboekenschrijver Jacques Vriens: "Ieder kind heeft recht op zijn eigen afwijking."

Jacques Vriens

Bijna iedereen heeft wel een ervaring in de psychiatrie. Jij ook?

“In mijn naaste familie komt borderline voor. Ik heb gezien hoe belangrijk het is om er als directe omgeving van begin af aan niet krampachtig over te doen. En om zelf het initiatief te nemen als je merkt dat er iets aan de hand is. Ik hoor om mij heen wel eens geklaag over de huisarts of school die te weinig zouden hebben gedaan, dan denk ik: je moet in eerste instantie zélf alert zijn: 'Er is iets aan de hand, ik wil weten wat er gaande is.' En dan zelf hulp zoeken.”


Vind je dat er te snel een etiket wordt geplakt bij 'afwijkend' gedrag?

“Ik heb 25 jaar in het onderwijs gezeten, met ongelooflijk veel plezier. Die gekte van het ‘etiketten plakken’ begon begin jaren negentig, kort nadat ik uit het onderwijs was gestapt. Ineens had een kind ADHD, PDD NOS, autisme, noem maar op. Ik dacht: 'Hè wacht eens, heb ik als onderwijzer dan nooit autisten in de klas gehad ofzo? Heb ik dat dan niet onderkend?' Ik ben eens al die oude leerlingenlijsten die ik nog op zolder bewaar nagegaan, en toen was het van: 'O, dus dat was een autist.' Maar ik heb dat kind nooit zo genoemd.”

Hoe zag jij deze kinderen dan?

“Ik herinner me een jongetje dat wel eens onder zijn tafel ging zitten. Dan ging ik er even bijzitten, vroeg wat er aan de hand was en zei: 'Blijf maar lekker even zitten en als je denkt dat het weer kan, kom je maar boven.' Ik ging daar niet zo'n punt van maken. Of een druk jongetje dat geen uur op zijn stoel kon zitten, daar sprak ik mee af dat als hij het niet meer uithield, hij even een rondje om de school ging lopen. Dat legde ik dan ook gewoon uit aan de klas. Daar keek niemand verder van op. De spanning eraf halen, ter plekke oplossingen bedenken. Niet meteen in een stuip schieten en een etiket plakken waardoor zo'n kind gestigmatiseerd wordt, dat is belangrijk. En natuurlijk zijn er gevallen waarbij je denkt: 'Dit redden we niet, hier komen we niet uit. Daar gaan we deskundige hulp bij zoeken. En dat heb ik in sommige gevallen ook gedaan.”

Een van jouw boekfiguren is meester Jaap. Hij haalt stigma onderuit.

“Ja, meester Jaap roept altijd in de klas: 'Jongens, iedereen heeft recht op zijn eigen afwijking. Het zou ontzettend saai zijn als we allemaal hetzelfde waren.’ Dat zei ik natuurlijk vroeger ook tegen de kinderen. En dan maakte ik er nog het grapje achteraan: 'Stel je voor dat jullie allemaal precies hetzelfde zouden zijn als ik ben.’ 'Néé, woehoe', werd er dan natuurlijk gejoeld in de klas.

Ik schrijf niet bewust anti stigmatiserend, maar wel vanuit de gedachte dat als je een klas hebt met 25 kinderen, je 25 gebruiksaanwijzingen nodig hebt. Alleen door op een open manier te kijken - voorbij de etiketjes - ben je in staat om echt te helpen.”