Persoonlijk verhaal

Emma Curvers

Schrijfster en columniste Emma Curvers debuteerde in 2014 met het boek ‘Iedereen kan schilderen’, over een gezin dat te lijden heeft onder de psychische problemen van de vader.

Emma Curvers, fotograaf Titia Hahne

Veel mensen schrikt het thema psychiatrie af; jou niet. Waarom heb je hierover geschreven?

'In mijn familie komen psychische problemen voor, al dan niet gediagnosticeerd. Er gebeurden weleens dingen die de een gewoon 'ongebruikelijk' zou noemen en de ander 'rijp voor de kliniek'. Ik vind het nog steeds een moeilijk onderwerp, maar ook een belangrijk onderwerp. Juist omdat er een mist en een taboesfeer omheen hangen die ervoor zorgen dat mensen met psychische problemen zich schamen en in een isolement raken vind ik dat je erover moet praten. Anders etteren problemen generaties lang door. Een psychische aandoening bepaalt je blik op de wereld. Psychiatrische problemen bestaan niet buiten je gedrag als persoon, ze zijn deel van je binnenwereld: dat maakt ze tegelijk doodeng en eindeloos fascinerend.’

Mensen met psychische problemen lijden vaak aan zelfstigma, dat komt bij somatische klachten bijna niet voor. Begrijp je waar dat vandaan komt?

‘Ja, heel goed. Als ik naar de psycholoog ga en tegen een werkgever zeg dat ik bij de dokter was, doe ik ook aan dit soort zelfstigmatisering. Psychiatrie is ook nog maar zo'n jonge tak van wetenschap. We zijn de tijd van dwangbuizen en lobotomie nog maar net ontgroeid. Psychiatrische aandoeningen worden vaker gezien als karaktereigenschap dan als ziekte en die blik slaat terug op de patiënt. Die ervaart dat zelf misschien ook wel als een aspect van zijn persoonlijkheid. Iets dat je liever verbergt. Je ziet het alleen al aan de schaamte die het gebruik van antidepressiva omringt: je zegt nog liever dat je Viagra nodig hebt, dan Venlafaxine.’

Je groeide op in Zuid-Limburg en woont nu in Amsterdam. Is er iets te zeggen over hoe Limburgers naar psychiatrie of psychisch zieke mensen kijken?

‘Ik kan dit natuurlijk alleen vanuit mijn heel kleine familiekringetje beoordelen, maar ik geloof wel dat mensen in Limburg vaak liever de gordijnen dicht houden. Ik heb daarover ook wel een heel aantal mooie reacties gekregen op mijn boek, van mensen die het mooi-weer-spelen herkenden en soms ook ontvlucht zijn. In de Limburgse dorpjes ben je kennelijk toch sneller 'gek' dan 'bijzonder'.’

Kun je voor stigmatisering ook begrip opbrengen?

‘Natuurlijk wel. Jezelf accepteren is heel lastig, ik ben er denk ik nog wel de rest van mijn leven zoet mee. En dan moet je anderen óók nog leren begrijpen. Je moet je ervoor interesseren; ik moest zelf ook veel lezen om iets van autisten te gaan begrijpen, bijvoorbeeld. Daar heeft niet iedereen tijd voor en zin in. Het is makkelijker om iemand tot dorpsgek uit te roepen.

Wat is er nodig om dat stigma te doorbreken?

‘Dit is net zo goed een opdracht aan mezelf: neem je geestesleven serieus en noem jezelf geen aansteller. Zeg tegen je werkgever - of ten minste eens tegen je vrienden - dat je niet naar de dokter gaat maar naar de psycholoog. Kijk films, lees boeken, en vind herkenning bij anderen. En o ja, geef eens eerlijk antwoord als iemand vraagt hoe het gaat en jij je dag eigenlijk een 4 wilt geven. Misschien dat die ander iets herkent van wat je meemaakt en later ook eens open durft te zijn.’