Persoonlijk verhaal

Mevrouw van Herten

Oude mensen veranderen niet meer, dat is wat vaak wordt gedacht. Onderzoek laat echter een ander beeld zien en ook oudere cliënten ervaren de flexibiliteit van hun eigen geest: “Ik leef misschien nog wel twintig jaar.”

Mevrouw Van Herten heeft een uitsproken mening over mannen: they are bad news. Ze heeft goede redenen om dat te denken: haar smalle schouders hebben veel moeten dragen. Enkele jaren geleden overleed haar echtgenoot aan Parkinsondementie. “Het was een moeilijke man die mij volledig claimde en waar nooit een aardig woord van te verwachten viel. Ik heb hem jarenlang in mijn eentje moeten verzorgen. Mijn rug voelt nog steeds de gevolgen: hij woog 115 kilogram en ik 45. Op zeker moment ging het niet meer. De huisarts – die eigenlijk voor mijn echtgenoot langskwam – greep in. Ik moest hulp zoeken anders legde ik eerder het loodje dan mijn man.”

De huisarts verwees mevrouw Van Herten naar Mondriaan Ouderen. Daar voelde ze in eerste instantie weinig voor: “Ik ben toch niet gek?” Maar ze begreep wel dat er iets moest gebeuren; angstaanvallen en negatieve gedachten maakten haar steeds ongelukkiger. En dus ging mevrouw Van Herten op 68-jarige leeftijd voor het eerst in therapie. “Gelukkig maar, want daardoor ben ik ben er nog.” 

Freud

Zo daadkrachtig als mevrouw Van Herten zijn veel ouderen helaas niet. Vaak om de verkeerde redenen, zegt psycholoog en onderzoeker Bas van Alphen: “Een oude hond leer je geen nieuwe trucs, denken veel mensen. Freud heeft ons wat dat betreft geen dienst bewezen met zijn bewering dat je karakter vanaf je 30e  onveranderlijk is. Ik durf zelfs te beweren dat hij er stevig naast zat: ouderen zijn in sommige opzichten misschien wel beter te behandelen met psychotherapie dan jonge mensen. Zij hebben immers een heel leven achter zich waaruit lessen getrokken kunnen worden.”

De therapie waar mevrouw Van Herten nu al twee jaar baat bij heeft, is ondersteunende-stabiliserende psychotherapie. Het is groepstherapie: iedere twee weken komen zeven cliënten onder leiding van Van Alphen bij elkaar. Ze blikken dan terug op de afgelopen weken, bespreken wat goed ging, waar ze moeite mee hadden en geven elkaar daar feed-back op. “Ik heb bijvoorbeeld verteld dat mijn zoon sinds zijn scheiding weer bij mij is ingetrokken. Een lastige man. In de groep zeiden ze: ‘Je moet grenzen stellen.’ We bespreken dan hoe dat moet en ik merk inmiddels dat het werkt. Mijn zoon zingt al een aardig toontje lager.”

Veerkracht

Niet alleen de leeftijd belemmert ouderen bij het zetten van de stap richting een psycholoog, ook schaamte speelt een rol. Deze generatie is opgegroeid met de gedachte dat je de vuile was niet buiten hangt en dat hulp vragen een teken van zwakte is. Volgens Van Alphen is het echter helemaal niet vreemd dat wij mensen het juist in onze laatste levensfase het psychisch moeilijk krijgen. “We gaan er fysiek en geestelijk op achteruit, worden afhankelijker, mensen om ons heen overlijden en de jaren voor ons nemen af. Dat vraagt om enorm veel veerkracht. De mens moet zich meer aanpassen dan ooit. Neem daarbij het feit dat juist dan vaak oude pijn boven komt drijven en er is maximale flexibiliteit gevraagd. Is die er niet, dan ligt depressie en angst op de loer.”

Mevrouw Van Herten kan erover meepraten. De groepstherapie helpt haar bij haar dagelijks functioneren, maar zij kampt ook met de herinnering aan nare ervaringen uit haar jeugd.

Sinds kort volgt zij daarom ook individuele schematherapie: een inzicht gevende psychotherapie die haar helpt problematische persoonlijkheidskenmerken om te buigen, zoals haar enorm wantrouwen ten opzichte van mannen. “Deze vorm van therapie is veel intensiever dan de groep en confronterend: ik moet praten over wat er is gebeurd. Mijn psychologe leert mij mijn gedachten te toetsen – ‘Zijn echt alle mannen slecht?’- en geeft me huiswerk. Het is zwaar, maar de moeite waard. Ik leef misschien nog wel twintig jaar. Zolang wil ik die ellende niet met me meedragen en vanzelf gaat het niet over.” 

Medicijnen                                                        

Bereidheid om te veranderen is het noodzakelijke startpunt voor iedere vorm van therapie, maar Bas van Alphen vindt dat er nog meer onderzoek mag worden gedaan naar werkzame therapieën voor ouderen. “Het is een doelgroep die maatwerk vereist.” Schematherapie is relatief nieuw en leidt tot positieve resultaten. Mevrouw Van Herten merkt het zelf ook: “Ik slaap beter en heb minder last van herbeleving. De mensen om me heen valt het ook op dat ik steviger in mijn schoenen sta.

Ouderen denken vaak dat ze alleen medicijnen nodig hebben; dat ze niet zelf iets hoeven te doen om zich beter te voelen. Maar zo werkt het niet. Je zult het gevecht zelf moeten leveren.”

 

De naam van mevrouw Van Herten is op haar verzoek gefingeerd.