Persoonlijk verhaal

Maurice

Ik heb een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS of OCD genoemd) ofwel dwangneurose. Op een gegeven moment was ik zo bang voor besmetting dat ik wel 6 uur lang onder de douche stond. Het was zo erg dat mijn lichaam ervan ging bloeden. Ik werd kwaad als mensen me onder de douche vandaan haalden. Ik had smetvrees en was onder andere bang voor honden en alles wat zij aangeraakt hadden was ook besmet. Ik kon niet meer logisch nadenken en sloeg door.

MauriceIk moest om 4 uur ’s ochtends opstaan om al mijn rituelen af te hebben voordat ik naar school ging. In het begin werd ik geprezen, ik was zo’n nette jongen. Ik deed ook erg mijn best op school, haalde hoge cijfers en wilde het beste zijn met sporten. Ik was namelijk bang om als laatste te eindigen.

Ik zat gevangen in een vicieuze cirkel van dwanggedachtes en dwanghandelingen. Rationeel wist ik dat het niet klopte, maar ik kon er geen weerstand aan bieden. Je denkt dat je anders gek wordt van angst. Ik heb geleerd dat van angst nog nooit iemand is doodgegaan. Zo kan ik mijn dwanggedachtes tegenhouden. Ik spiegel me aan mensen met een gezond verstand en kopieer dat gedrag.

Laag zelfbeeld en faalangst

Achter OCD zit een persoon met een laag zelfbeeld en faalangst. Het breekt vaak door als je gaat studeren. Een verhuizing en een nieuwe opleiding zijn stressvolle zaken en dan kan het fout gaan.

Op een gegeven moment waren mijn lichaam en geest helemaal op. Ik stond op het punt om te gaan trouwen en werd opgenomen om voor die tijd op te knappen. Het ging daarna ook een stuk beter. Na de dood van mijn vader ben ik gescheiden en kwamen alle symptomen terug. Ik ben in totaal 16 keer opgenomen. Ik was al ‘opgegeven’ toen ik een hulpverlener tegenkwam die in me geloofde en ervoor zorgde dat ik werk ging doen dat echt bij mij paste. Mijn vrijwilligerswerk als baliemedewerker betekende voor me dat ik weer mee kon doen. Dit was de motor voor mijn herstel, ik telde weer mee en voelde me verbonden met andere mensen. Zij wezen me op mijn aanwezige kwaliteiten en daardoor was er minder ruimte voor mijn ziekte. Die zinvolle dagbesteding duwde mijn ziekte naar de achtergrond en ik kreeg zelfvertrouwen door mijn successen. Ik voelde dat ik het ging winnen van mijn ziekte.

Keerpunt

De eerste keer dat ik weer zelf boodschappen ging doen en naar een winkel ging was een keerpunt voor me. Dat ik dat voor elkaar kreeg betekende dat het me ging lukken en dit was het fundament om verder op te bouwen.

Soms voel ik dat ik rustmomenten moet inbouwen. Ik heb geleerd wat mijn valkuilen zijn en herken de patronen. Ik neem zelf de regie en vraag dan om hulp. Door de overwinning van mijn ziekte is mijn leven zoveel rijker. Ik ben tevreden met de hele kleine dingen in het leven. Ik kom in mijn werk als ervaringsmedewerker de meest fantastische mensen tegen. Het mooiste compliment is als patiënten tegen me zeggen dat ik de beste hulpverlener ben die ze gehad hebben. Vaak hebben ze geen adviezen nodig. Ik laat ze vertellen en ben er voor ze.