Persoonlijk verhaal

Alexander

Bij het Fact-team in Landgraaf krijg ik de begeleiding die ik nodig heb. Ze begrijpen me en helpen me erg goed. Mijn sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV’er) luistert en geeft zo nodig tips. Ik heb een hele goeie aan mijn SPV ‘er; die snapt het. Daarnaast heb ik een woonbegeleider, bewindvoerder (door een scheiding heb ik schulden), psychiater, psycholoog en huishoudelijke hulp. De intensiteit van de begeleiding is afhankelijk van de hulp die ik op dat moment nodig heb. Mijn fysieke problemen zijn mede veroorzaakt door jarenlang misbruik. Ik zeg weleens dat ik een kat met 9 levens ben.

Alexander Ik weet pas sinds 2014 wat er precies met me aan de hand is. De diagnose verduidelijkt wat er aan de hand is en wat me in mijn functioneren belemmert. Ik heb me nooit afgevraagd komt dit door de PTSS of door de depressie. Het is wat het is, je moet je weg vinden en er mee leren omgaan. Soms lukt dat en soms niet. En dan trek ik aan de bel. Mijn advies is ook blijf praten, uit je en probeer je dagelijkse routine te behouden. Zoek een hobby. Bouw je rustmomenten in, mediteer, lees een boek, luister muziek of ga de natuur in. Zorg dat je hoofd leeg wordt.

Mijn eerste opname was op de PAAZ, een psychiatrisch afdeling in het ziekenhuis in Brabant. Ik kon toen nergens met mijn problemen terecht. Ik was niet verslaafd aan drank of drugs, maar aan werk. Ik had een aantal banen naast elkaar en plande mijn slaap in. Ik kan me van die tijd niet meer zoveel herinneren. Na ontslag uit de PAAZ konden ze niks meer voor me betekenen en ben ik terug naar Limburg gegaan en heb ik hulp gezocht. Uiteindelijk ben ik bij Mondriaan terechtgekomen. Nu is PTSS, recidive depressie (terugkerende) en borderline bij me vastgesteld. Van dat laatste heb ik niet zoveel last, ik heb een normaal sociaal leven.

Toen ik 2,5 jaar was ben ik mijn kleine broertje verloren. We werden beide met ondervoedingsverschijnselen in het ziekenhuis binnengebracht en hij heeft het niet gered. Hij was nog te klein. Opa en oma wilden me adopteren maar dat mocht niet. Ik kwam als ongewenst kind weer terecht in een gezin waar sprake was van geweld, misbruik en manipulatie. Mijn moeder zei rechtuit in mijn gezicht dat ik ongewenst was en dat ze liever had dat ik gestorven was. Thuis was een hel, ik heb alle hoeken gezien.

Op een gegeven moment werd ik uit huis geplaatst. Ik heb op een aantal internaten gezeten, daar was een veilige omgeving echter ook niet vanzelfsprekend. Op mijn 18e ging ik op mezelf wonen en dat ging mis. Ik kwam in aanraking met de verkeerde personen die misbruik van me maakten. Uiteindelijk ben ik op straat beland. Op mijn 20e kon ik terecht bij pleegouders, ze vonden echter dat ik een streep moest trekken onder mijn verleden en verder moest. Toen ben ik me volledig op mijn werk gaan storten en weer op mezelf gaan wonen. Met een jongen die ik al kende van de middelbare school ben ik in 2003 getrouwd, na het huwelijk sloeg hij echter om als een blad aan een boom. Mijn huis was weer niet veilig, hij ging vreemd en manipuleerde me. Op een gegeven moment heb ik gezegd dat ik er klaar mee was en heb hem de deur uit gezet.

Ik heb altijd van een afstand bekeken hoe het er bij ons thuis aan toeging en besloot al jong dat ik dat nooit zou doen. Ik bleef knokken, mijn broertje was er niet meer dus ik moest het doen. Ik ben een echte vechter en doorzetter en ga door. Mensen zien daardoor vaak niet aan me hoe slecht het met me gaat. 

Ik werd door mijn ouders gehaat, ze wilden me dood. Dat is nog altijd lastig. Ik dacht dat het aan mij lag. Mensen met een dreigende houding, met een bepaalde uitstraling zoals mijn vader die had, ga ik nog altijd uit de weg. Ik blijf nachtmerries houden, na 4 uur slapen word ik jankend en zwetend wakker. Mijn depressie keert steeds weer terug, als iets niet lekker loopt dan komt het dan zoveel harder bij me binnen. Ik sta dan niet stevig in mijn schoenen. Ik heb een paar goeie vrienden, maar daar wil je ook niet iedere keer lastig vallen. Ze weten wel wanneer het niet goed met me gaat. Bij mijn SPV ‘er kan ik altijd met mijn verhaal terecht.

Praten en echt luisteren

De herstelwerkgroep, waarin we om de week met een groep cliëntensamenkomen, heeft me erg goed geholpen. We nemen een voor een door hoe het ons vergaan is. En na de pauze komt iedere keer een ander thema aan bod en krijg je daarover tips van je medecliënten. En we luisteren naar elkaar, niet invullen voor een ander maar echt luisteren. Dat is zo belangrijk.